Carburateur

Werking en montage van de SOLEX carburateur (door Joan Majoor)

De SOLEX carburateur is redelijk uniek in zijn soort.
Je zou hem valstroomcarburateur kunnen noemen: de verbrandingslucht (20.9 % zuurstof) valt van boven naar beneden. Onderweg komt hij een aanzienlijke vernauwing tegen: van 13 mm naar 6.5 mm, deze vernauwing heet “venturi”.
In de vernauwing treedt een aanzienlijke snelheidsverhoging op van de lucht.
Hierdoor krijgt de lucht een enorme zuigkracht (“pitot” effect) en zuigt uit de “venturibuis” (een messing buisje) de benodigde brandstof mee.
In de venturi, net onder de venturibuis zit de “gasgever” (eigenlijk “gasnemer” want in de ruststand staat hij vol open)

  • In de oudere typen (met spaak) kon deze een kwart slag draaien (vol open naar volledig dicht)
  • In de nieuwere typen (met kabel) maar een zeer beperkte slag, de motor blijft vrij snel lopen.

Het luchtkanaal loopt door de hele carburateur , van boven naar onder .
Evenwijdig aan het luchtkanaal loopt een tweede luchtkanaal, het remluchtkanaal, deze stopt halverwege bij het sproeierhuis.
Bovenin het remluchtkanaal zit een messing sproeier, de remluchtsproeier (M6 of geperst)
In het remlucht kanaal zit een draaibare as met een gat, hiermee is de doorlaat te veranderen. Deze as is te verdraaien met de “chokehevel” (eigenlijk zou hij “mengsel-doseer-hevel” moeten heten).
Wat aangezogen wordt via de venturibuis is dus niet alleen brandstof (via de sproeier) maar
ook lucht (via het remluchtkanaal). Hoe minder remlucht beschikbaar is, hoe rijker het mengsel.
Evenwijdig aan eerder genoemde kanalen is er nog een derde kanaal, het brandstof kanaal. Deze loopt helemaal door de carburateur heen.
Van boven is hij voor zien van een “stop” met kleine gaatjes en inwendig een “anti-spat”
construktie. De “stop” moet voorkomen dat brandstof uit de carburateur klotst terwijl de
carburateur toch “belucht” en “ontlucht” kan worden.
Halverwege dit kanaal is er een gat geboord naar de sproeier toe (zwarte lijn op foto) op ca 1/3 van de bovenkant zit er een “overstort”: overtollige brandstof loopt hierdoor terug naar de tank.
Het hoogteverschil tussen de overstort en de sproeier zorgt voor een zekere brandstofdruk op de sproeier. Dit kan ertoe leiden dat als de motor minder brandstof nodig heeft dan dat deze druk aanbiedt de motor langzaam verzuipt.

Opmerking:
Misschien dat daarom een “valse lucht” circuit in het nieuwe type carburateur, via een extra kanaal in de “gasgever” , ervoor zorgt dat de motor toch armer loopt bij zoveel mogelijk gesloten “gasgever” (en daardoor harder gaat hollen dan wenselijk is).
Wie het weet mag het zeggen.

Onderdelen die verwijderd kunnen worden:

OUDE Typen (met spaak): de sproeier, de gasgever met veer en spaak, de chokehevel.
Deze laatste is te verwijderen door aan de andere zijde van de carburateur de veer in te drukken (veer en “splitpen of borgclipje” hoeven NIET verwijderd te worden)
Na controle op bramen van het asje (altijd aanwezig op de platte kanten waar de hevel tegenaan drukte) kan het asje zonder meer door de carburateur heen gedrukt worden om hem te verwijderen.

Wat niet bedoeld is om te verwijderen:

  • De remluchtsproeier,
  • de ont- / beluchtingsstop,
  • het aluminium propje tegenover de venturibuis (wel om op te voeren)
  • De messing venturibuis (wel om op te voeren).

NIEUWE typen (met kabel) : de sproeier , het gasmechanisme met kabel en kabeltrommel welke te verwijderen is door het boutje wat dienst doet als as helemaal eruit te draaien.
wat je NOOIT moet doen is het boutje waarmee je de kabel klemt eruit draaien.
Om verliezen tegen te gaan heeft mijnheer SOLEX de achterkant een klap gegeven.
Draai je dit boutje eruit dan verniel je het schroefdraad.
De gasgever (valt er los uit als gasmechanisme weg is).
De chokehevel (zie OUDE type).

Extra: in het brandstofkanaal zit een filter, dit wordt vaak vergeten en of aangezien voor
de brandstofleiding pakking ring. Met een scherpe spaanplaat schroef erin gedraaid (niet een te grote en zeker niet te diep draaien) kan deze makkelijk verwijderd worden (trekken aan de spaanplaat schroef). In het bijzonder als een metalen tank gebruikt wordt voor een SOLEX met nieuw type carburateur loopt dit filter snel dicht met zeer fijne roestdeeltjes.
De ont- / beluchtingsstop is uitgevoerd in kunststof en redelijk eenvoudig eruit te trekken.

Wat niet bedoeld is om te verwijderen:

  • de remlucht sproeier (is er niet meer)
  • het aluminium propje tegenover de venturibuis (wel om op te voeren)
    De messing venturibuis (wel om op te voeren).

En verder
De brandstof wordt toegevoerd middels een koperen leiding (oudere typen) die in de carburateur geschoven dient te worden. Er zijn leidingen met verschillende typen uitstroom opening: recht eruit, of dichtgeknepen uiteinden met gaatjes in de zijkant. Hoe diep de leiding in het brandstofkanaal gestoken dient te worden is me niet precies duidelijk , meestal doe ik de uitstroom opening net onder het overstroom kanaal. Voor de nieuwere typen is dit probleem er niet, deze hebben stalen leidingen met een flens net na de wartelmoer. De flens dient af te dichten tegen de rand van het uitstroom filter. Zorg dat er een knik ( S-bocht ) zit in de leiding ter plekke van de uitlaatbocht (weg van de bocht) om oververhitting van de brandstof tegen te gaan. Een teveel lekkende aansluiting van de uitlaatbocht op de uitlaat kan ook nog wel eens voor oververhitting van de brandstofleiding zorgen De carburateur “staat” op het uitlaatspruitstuk en is daar door een wartelmoer (sleutel 14 mm) en nylon klemring op te bevestigen. De carburateur dient voldoende ver op het spruitstuk geschoven te worden anders pers je de klemring van het spuitstuk af de carburateur in.

FOUTEN:

Door veelvuldig en/of te hard de sproeier in de carburateurte draaien vervormt de afdichtingsrand: de schuine rand van de sproeier drukt het materiaal weg en de sproeier komt steeds dieper te liggen. Dit gaat fout als de tip van de sproeier de bodem van zijn huis raakt: hij is dan dicht.
Remedie:
Koperen ring met 6mm gat onder sproeier monteren (of met behulp van speciaal -zelf te maken- gereedschap de afdichtrand weer terug te drukken) OF sproeier inkorten (bruut edoch snel) Door uitzakkend vuil “slibt” het brandstofkanaal om de brandstof toevoerleiding dicht en blokkeert zo het brandstofkanaal naar de sproeier toe..
Remedie: uit elkaar halen en schoonmaken
Bij nieuw type carburateur: verstopt uitstroom filter

Remedie: verwijder met behulp van spaanplaatschroef en reinig.

Vergeten Nylon pakking ring te monteren op spruitstuk.
Vergeten Nylon pakking ring te monteren op brandstofleiding (koperen leiding type).
Of Nylon pakkingring al in carburateur, gaatjes in brandstofleiding (zijkant) dicht door bramen die van pakkingring meegesleurd zijn. Verkeerd type luchtfilter of verkeerd gemonteerd luchtfilter “verstopt” de ont- / beluchtingsstop, waardoor deze niet meer werkt.
Remedie: corrigeer plaatsing / type luchtfilter (ring tussen aanzuigbuis en carburateur)
OF boor gaatje ( 2mm ) in zijkant stop (bruut edoch snel)
Knik of verstopping in overstort slang: benzine spuit uit elke opening van de carburateur
Remedie: monteer nieuwe, niet te lange (liefst doorzichtige) slang.
Bij “opvoeren” carburateur: messing venturibuis (te) dicht gedrukt.
remedie: verwijder aluminium propje en boor met 1.5 mm boor het buisje weer open, monteer aluminium propje weer (of zeer kort boutje M4)

Peperbus

Een tip voor de “peperbus” monteurs onder ons: de carburateur ziet er heel anders uit maar de werking (remlucht principe) is hetzelfde. De remlucht is niet tijdens het rijden bij te stellen, echter experimenteren met verschillende remlucht sproeiers wil nog wel eens leiden tot onverwachte resultaten. De carburateur van de “peperbus” is ook anders gemonteerd:
Bij het spruitstuk voorzien van een aluminium inlaat: er is een buisje waarop draad zit. Van dit buisje dient het KORTE einde met de vaste “moer” in het spruitstuk gedraaid te worden. Op het lange eind hoort een losse moer en de carburateur.
De latere typen peperbus hebben een stalen aanzuig buis met draad.
Op beide typen spruitstuk dient de carburateur zodanig ver erop geschroefd te worden dat hij “op hoogte” is, zodanig dat twee steunplaatjes bovenaan de carburateur recht over kunnen steken naar de achterste twee cylinderkop bouten. Is de carburateur “op hoogte” dan kun je de borgmoer tegen de carburateur aan vastdraaien. Nu pas is de combinatie spruitstuk en carburateur op de cylinder te monteren.

Image3

Doorsnede door een carburateur (aangezicht vanaf de cylinderkant) in gat 1 hoort de gasgever in gat 2 hoort de sproeier, zichtbaar is de messing (doorgesneden) venturibuis naar het luchtkanaal (recht ertegenover is het aluminium propje zwart gemaakt om schittering op de foto te voorkomen) De zwarte lijn van het benzinekanaal naar gat 2 is de inwendige boring voor de benzinetoevoer naar de sproeier in gat 3 hoort de remluchtregelaar (choke) , zichtbaar is de messing(doorgesneden) remluchtsproeier rechtsboven (in het benzinekanaal) de (doorgesneden) be- / ontluchtings stop met “anti-spat” binnenwerk.
In de nieuwste types carburateur zit bij “benzine in” nog een langwerpig nylon benzinefilter De twee rode lijnen geven de benzinehoogte aan ten opzichte van de sproeier